Inzicht in klinische studies

Het voorbije  jaar werden er met de regelmaat van de klok nieuwe klinische studies aangekondigd voor de behandeling of evaluatie van verschillende spierziekten. Zo kon je in NM al lezen over beloftevolle studies voor onder andere de ziekte van Duchenne, SMA, Friedreich Ataxie,… maar ook voor een aantal andere spierziekten zitten er interessante kandidaat-medicijnen “in de pijplijn”. Het komt de laatste tijd dan ook steeds vaker voor dat onze leden gevraagd wordt door hun NMRC of ze interesse hebben om deel te nemen aan een klinische studie. Daarom beslisten we om een artikel rond klinische studies, dat enkele NM’s (ledentijdschrift Nema) geleden verscheen, te herwerken en terug te publiceren.

Deelnemen of niet?

Kiezen om deel te nemen aan een klinische studie is een belangrijke persoonlijke beslissing  en er zijn verschillende argumenten die dienen afgewogen te worden.  We sommen hieronder enkele vaak gehoorde redenen om deel te nemen op.

  • Door deel te nemen aan klinische studies kan je een actievere rol spelen in je eigen gezondheidszorg.
  • Tijdens de studie kom je in contact met deskundigen die je aandoening door en door kennen.
  • Je kan anderen helpen door bij te dragen aan de studie.
  • Je bent op de hoogte van een nieuwe behandeling voordat ze op grote schaal beschikbaar is.
  • Vaak wordt ook de garantie ingebouwd dat de deelnemers bij positieve resultaten het medicijn verder toegediend krijgen na de studie in afwachting dat het op de markt verschijnt.

Dat laatste is een erg belangrijk argument voor heel wat mensen met een spierziekte. Als de stof inderdaad blijkt te werken heeft men als deelnemer aan de studie immers toegang tot het nieuwe medicijn voor het de hele procedure van toelating op de markt en goedkeuring van terugbetaling door de ziekteverzekering moet doorlopen. Dit kan algauw een verschil van 2 jaar betekenen! Men mag zich daar echter ook niet te veel door laten leiden: de kans dat net die ene trial waaraan je  deelneemt voor de grote doorbraak zorgt, is eerder klein. Heel wat geteste stoffen stranden alsnog in klinische trials, of blijken weliswaar een klein effect te hebben, maar zonder echt te genezen. Verder zijn er ook een aantal mogelijke nadelen verbonden aan deelname (zie verder). Alles goed afwegen is cruciaal voor je beslist. Daarom is het aan te raden dat je praat met je arts, familieleden of vrienden over de beslissing om deel te nemen aan een dergelijke studie.

Verschillende soorten klinische studies

Ideeën voor klinische studies komen meestal van onderzoekers. Na het testen van nieuwe therapieën of procedures in het laboratorium en in dierproeven, gebruiken ze de experimentele behandelingen met de meest veelbelovende resultaten van laboratoriumonderzoek om klinische studies mee uit te voeren. Gedurende een proefperiode wordt meer en meer informatie opgedaan over een experimentele behandeling, de risico's en de werkzaamheid.

Hoewel er meerdere definities bestaan van klinische studies (clinical trials) worden ze over het algemeen beschouwd als biomedische of gezondheidsgerelateerde studies die een vooraf gedefinieerd protocol volgen.

Behandelingsstudies testen experimentele behandelingen (met nieuwe stoffen), nieuwe combinaties van bestaande medicijnen of nieuwe benaderingen van een operatie of bestraling. Dit zijn dan ook de studies waarop mensen met neuromusculaire aandoeningen hun hoop vestigen.

Daarnaast zijn er echter nog een aantal andere soorten:

Diagnostische studies worden uitgevoerd om betere onderzoeken of procedures voor de diagnose van een bepaalde ziekte of aandoening te vinden.

Screeningstudies testen de beste manier om bepaalde ziekten of gezondheidsproblemen op te sporen.

Levenskwaliteitstudies zijn studies om het comfort en de kwaliteit van het leven te verbeteren voor personen met een chronische ziekte.

Studies naar het natuurlijk verloop van een ziekte onderzoeken hoe een bepaalde aandoening verloopt als ze niet behandeld wordt (of met een standaardbehandeling). Dit is essentieel om te kunnen inschatten of een kandidaat-geneesmiddel al dan niet werkt. Men moet immers een goed beeld hebben van het natuurlijk verloop voor men kan bepalen of een stof dit natuurlijk verloop afremt. Dat klinkt logisch, maar als bepaalde symptomen bv. pas opduiken vanaf een zekere leeftijd, is het belangrijk om de stof ook pas te testen vanaf die leeftijd, al is de diagnose al eerder gesteld.

Helaas minder van toepassing: bij preventiestudies gaat men op zoek naar betere manieren om een bepaalde ziekte te voorkomen bij mensen die de aandoening nog nooit hebben gehad of om te voorkomen dat de ziekte zou terugkeren. Deze onderzoeken kunnen gevoerd worden met onder meer geneesmiddelen, vaccins, vitaminen, mineralen of veranderingen in levensstijl.

Wie mag meedoen?

Elke klinische studie omvat richtlijnen over wie kan deelnemen. Toelatingscriteria zijn belangrijke factoren van het medisch onderzoek die helpen om betrouwbare resultaten te bereiken. De factoren die het mogelijk maken dat iemand deel kan nemen aan een klinische studie, worden "toelatings- of inclusiecriteria" genoemd en de factoren die iemand weigeren om aan een studie deel te nemen worden "uitsluitings- of exclusiecriteria" genoemd. Deze criteria zijn gebaseerd op factoren zoals leeftijd, geslacht, type en stadium van een ziekte (huidige symptomen), eerdere behandelingsgeschiedenis en andere medische aandoeningen. Voor sommige studies moet de kandidaat nog kunnen stappen, voor andere net niet. Soms moet men al behandeld worden met de gangbare standaardbehandeling voor de onderzochte aandoening, soms mag dat net niet het geval zijn. Sommige studies zoeken deelnemers met een bepaalde aandoening, terwijl andere klinische studies met gezonde deelnemers worden gevoerd. Vóór deelname aan een klinische proef, moet dus steeds bekeken worden of een deelnemer in aanmerking komt voor de studie. Het is belangrijk op te merken dat toelatings- en uitsluitingscriteria niet worden gebruikt om kandidaten persoonlijk af te wijzen. Deze worden enkel gebruikt om geschikte deelnemers te vinden en hen veilig te houden. De criteria zorgen ervoor dat onderzoekers in staat zullen zijn om de vragen van de onderzoekers aan de studie te beantwoorden.

De klinische studie is afhankelijk van de aard van de onderzoeken die worden uitgevoerd. Het onderzoeksteam bestaat uit zowel artsen en verpleegkundigen als maatschappelijk werkers en andere professionals uit de gezondheidszorg. Zij controleren de gezondheid van de deelnemer aan het begin van het proces, geven specifieke instructies voor deelname aan de onderzoeken, volgen nauwlettend de deelnemer tijdens het proces en blijven in contact ook nadat de proeven zijn beëindigd.

In tegenstelling tot wat sommigen denken, hoef je niet van arts te veranderen en kan je voor alle zaken die niet studiegebonden zijn gewoon in behandeling blijven bij je vertrouwde neuroloog.

Onthoud verder zeker dat je te allen tijde uit een klinische studie kan stappen. Dit kan gewoon door het onderzoeksteam van je beslissing op de hoogte te brengen, weliswaar liefst met opgave van een reden.

Wat zijn mogelijke nadelen?

Mogelijke voordelen kwamen hoger reeds aan bod, maar er zijn ook risico’s verbonden aan klinische studies.

  • Er kunnen vervelende, ernstige of zelfs levensbedreigende bijwerkingen van een experimentele behandeling optreden. Bijwerkingen zijn ongewenste acties of gevolgen van het experimentele geneesmiddel of de behandeling. Negatieve of nadelige effecten kunnen zijn: hoofdpijn, misselijkheid, haaruitval, huidirritatie of andere fysieke problemen. Experimentele behandelingen moeten worden geëvalueerd voor zowel korte als langetermijnbijwerkingen.
  • De stof moet mogelijk op een onprettige manier worden toegediend, bv. via een intraveneuze infuus, gespreid over meerdere uren, oraal maar in combinatie met een andere stof die vies smaakt,…
  • Nieuwe medicijnen of behandelingen kunnen niet of minder effectief zijn dan de huidige behandeling.
  • Het volledige proces kan veel tijd en aandacht vragen, waaronder regelmatige verplaatsingen naar het onderzoekscentrum, meer behandelingen, verblijf in het ziekenhuis of complexe doseringsvereisten.

Placebo: wat en waarom?

Je dient er verder steeds rekening mee te houden dat je bij deelname aan een studie 25% tot zelfs 50% kans hebt dat je in een controlegroep zit die in plaats van het te testen medicijn een placebo krijgt. Dit is een pil of siroop die er net hetzelfde uitziet als het geteste medicijn, maar geen actieve bestanddelen bevat. Ook is het mogelijk dat de controlegroep met traditionele, reeds gangbare medicijnen wordt behandeld. Deze controlegroep is essentieel in een studie, omdat de onderzoekers pas na vergelijken van de behandelde en de controlegroep kunnen uitmaken of het geteste medicijn een effect heeft.
Wel is het zo dat deze controlegroep na de studie vaak eveneens recht heeft op het medicijn indien ook de behandelde groep toegang krijgt tot het product in afwachting dat het op de markt verschijnt. Vraag dit zeker na als je overweegt om deel te nemen aan een studie. Uitzonderlijk wordt zelfs tijdens een studie al beslist om ook de controlegroep het actieve bestanddeel te geven als de resultaten met de geteste stof zeer positief zijn.

Hoe bereid ik me voor op eventuele deelname?

Vooraleer men aan een klinische studie begint, moeten deelnemers zoveel mogelijk informatie krijgen over de klinische proeven. Ze kunnen deze vragen gerust stellen aan het onderzoeksteam. Een aantal voorbeeldvragen die nuttig kunnen zijn:

  • Wat is het doel van de studie?
  • Welke soorten van tests en experimentele behandelingen zullen uitgevoerd worden?
  • Welke zijn de mogelijke risico's en bijwerkingen en welke de voordelen in de studie in vergelijking met mijn huidige behandeling?
  • Wat is de invloed van het gehele proces op mijn dagelijkse leven?
  • Hoe lang zal het proces duren?
  • Zal hospitalisatie noodzakelijk zijn?
  • Wie betaalt voor de experimentele behandeling?
  • Zal ik vergoed worden voor andere uitgaven?
  • Is er nazorg en follow-up voorzien?
  • Hoe weet ik dat de experimentele behandeling werkt? Zal ik de resultaten krijgen van de proeven?
  • Welke artsen zullen mij behandelen?
  • Wat voor soort voorbereiding moet een potentiële deelnemer maken voor de ontmoeting met de onderzoekscoördinator of arts?

Indien men uiteindelijk beslist om deel te nemen aan de studie, dan ondertekent men het zogenaamd toestemmingsformulier (vaak spreekt men over de “informed consent”) waarin men toezegt voor deelname aan de studie en bevestigt dat men op de hoogte is van al de nodige informatie. Dit document omschrijft het volledige proces van de studie en vermeldt details zoals het doel en de lengte van de volledige studie, de nodige procedures en de gegevens van de belangrijkste contactpersonen binnen het onderzoeksteam.

De fasen: preklinisch, Fase I, II en III

Alle onderzoek dat niet bij mensen, maar in laboratoria gebeurt (basisonderzoek, proefdieren, maar ook celkweken van patiënten) noemt men preklinisch. De eigenlijke klinische proeven in mensen worden uitgevoerd in fasen. Elke fase is een aparte studie met zijn eigen deelnemers, heeft een ander doel en helpt wetenschappers verschillende vragen te beantwoorden:

In Fase I-studies testen onderzoekers een experimenteel geneesmiddel of behandeling in een kleine groep mensen (20-80), eerst om de veiligheid van het geneesmiddel te evalueren, een veilige dosering te bepalen en eventuele bijwerkingen te identificeren. Dit zijn bijna altijd gezonde vrijwilligers. In het geval van levensbedreigende ziekten zoals neuromusculaire aandoeningen, zijn het soms toch al patiënten.

In Fase II-studies testen onderzoekers het geneesmiddel of de behandeling in een grotere groep patiënten (100-300) om te zien of het doeltreffend is.

In Fase III-studies testen onderzoekers het geneesmiddel of de behandeling in een grote groep mensen (1.000-3.000) om de doeltreffendheid ervan te bevestigen, de bijwerkingen verder te evalueren, de behandeling te vergelijken met gangbare behandelingen en om informatie te verzamelen, zodat het experimentele geneesmiddel of de behandeling op een veilige manier kan worden gebruikt.

De Fase IV-studies, ook wel post-marketing studies genoemd, worden gebruikt om nog aanvullende informatie te bekomen, waaronder de risico's van het medicijn of de behandeling, de voordelen ervan en hoe het optimaal te gebruiken.

In het geval van zeldzame ziekten zoals neuromusculaire aandoeningen, zijn de getallen vaak kleiner. Voor Fase I en II spreken we dan vaak over 10-50 vrijwilligers/patiënten en fase III gebeurt soms op niet meer dan enkele honderden patiënten.

Conclusie

Deelname aan een klinische studie kan om verschillende redenen een meerwaarde betekenen, maar het brengt onvermijdelijk ook een aantal lasten met zich mee. Daarom is het belangrijk dat je de voor- en nadelen goed doorspreekt met zowel je behandelende arts als met je familieleden of andere betrokkenen alvorens je een beslissing neemt. Blijf ook realistisch in je verwachtingen: de kans dat je net in die ene klinische studie zit die een doorbraak betekent voor de behandeling van jouw aandoening is eerder klein. Mogelijk merk je zelfs helemaal geen verschil. Die kans is hoe dan ook reëel, aangezien je misschien in de placebogroep werd ingedeeld. Mocht de stof echter werken, heb je alvast de geruststelling dat jij na de studie ook toegang krijgt tot de behandeling.

Heb je toch nog vragen, aarzel dan zeker niet om contact op te nemen met mij (Patrik Claes, via 'wie is wie'-pagina op deze website), Ik volg de klinische studies voor spierziekten zo goed mogelijk op en kan je altijd meer uitleg geven.

Bronnen: www.clinicaltrials.gov - www.curesma.org - www.seattlecca.org