Verslag Trefdag Handicap 18 oktober 2014

Provinciehuis Vlaams-Brabant te Leuven - Auteur: Patrik Claes 

Samen met vijf andere partnerorganisaties organiseerde Nema op 18/10 een “Trefdag Handicap”. Op deze dag stond het recht op deelname aan de maatschappij voor iedere persoon met een handicap centraal. In lezingen, workshops en een themamarkt kwam dit onderwerp uitgebreid aan bod.

Nema nam zelf twee activiteiten voor zijn rekening: Nema-bestuurslid en toegankelijkheidsdeskundige Alexander Leysen gaf een workshop rond toegankelijkheid, terwijl in het auditorium een open repetitie werd gehouden van het toneelstuk over hoe het is om te leven met een handicap. Dat toneelstuk werd volledig geschreven én gespeeld door leden van Nema. Meer hierover (première op 17 februari 2015!) vind je via deze link

Wie het volledige programma nog eens wil nalezen of verslagen over de dag wil inkijken, kan nog terecht op www.trefdaghandicap.be. Wij kunnen het verloop van de dag alvast niet beter omschrijven dan door de ogen van één van de bezoekers (Kathelijne De Brauwer, vrijwilligster bij medeorganisator Inclusie Vlaanderen).

Zaterdag 18 oktober 2014. Leuven lag te kirren in de zon. Het ganse weekend zou het 24° en meer worden. De maandagkranten zouden het er later over hebben: een dergelijke nazomer was ongezien. Iedereen had ervan geprofiteerd om te gaan wandelen in het bos of aan zee, om een terrasje te doen of de barbecue nog eens uit de winterstalling te halen.
 
Maar zo’n Indian Summer is natuurlijk nefast voor binnenhuisactiviteiten. Laat zo’n warme weekenddag nu net de datum zijn waarop zes organisaties een ‘Trefdag Handicap’ hadden gepland. Een dag met als rode draad ‘inclusie’, sinds het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap meer dan ooit een mensenrecht voor alle burgers met een handicap.

GRIP vzw, NEMA vzw, Onafhankelijk Leven vzw, Onze Nieuwe Toekomst vzw, VFG vzw en Inclusie Vlaanderen vzw, alle zes hadden ze bij het lezen van het voorspellende rooskleurige weerbericht hun hart vastgehouden: zou dit wel goedkomen?
Maar het kwam goed. Al vanaf tien uur sijpelden de eerste bezoekers binnen in het riante en bijzonder toegankelijke Leuvense Provinciehuis. Een heel programma stond op hen te wachten, voor elk wat wils. Er was een markt met infostanden, er waren workshops, er waren optredens. Alle thema’s kwamen aan bod: onderwijs, toegankelijkheid, tewerkstelling, deelname aan het beleid, relaties en seksualiteit, vrije tijd,…

Omdat ik van de organisatoren verslaggever mocht spelen, kon ik van hier naar daar hoppen en overal wat meepikken. Lekker afwisselend, maar ook met een nadeel: als het ergens heel interessant werd, moest ik gelijk weer weg, want door het grote aantal activiteiten waren er altijd verschillende tegelijk bezig. Ik vrees  er een paar gemist te hebben, waarvoor excuses, maar het menselijk vlees (en zeker het mijne) is nu eenmaal heel zwak. Soms spoelde ik even aan bij gelijkgestemde koffiedrinkers of bleef ik staan luisteren naar een muzikaal intermezzo in de brede wandelboulevard.

NEMA – voluit: de Vlaamse vereniging voor NeuroMusculaire Aandoeningen – beet de spits af met een open repetitie ‘Het leven zoals het is’ in het grote auditorium. Een toneelgebeuren op professioneel niveau met een uitstekend scenario dat handig schipperde tussen ernst en humor. Absoluut hilarisch was de sketch waarin een persoon zonder handicap voor een commissie moest komen die volledig bestond uit personen met een handicap in een rolstoel. De ‘gedagvaarde’ werd onderworpen aan een heel verhoor en moest telkens opnieuw zijn ‘niet gehandicapt zijn’ verantwoorden. Waarna hij mocht weggaan door een veel te kleine deur. Er was ook een restaurantscène waarin een stel ouders met een kind zonder handicap één tafeltje bezette en een moeder met een kind in een rolstoel een ander. Beklijvende dialogen leverde dat op, die meer info gaven over vooroordelen dan welke folder ooit voor mekaar kan krijgen. Er was ook een scène in een dancing waarin een meisje in een rolstoel in botsing kwam (letterlijk én figuurlijk) met een jongen zonder handicap. Later zouden ze zich verzoenen en in de laatste scène ook echt zoenen, maar toen had ik helaas de zaal al moeten verlaten voor de volgende activiteit. Dit was echt een prachtig schouwspel. De regisseuse wist me achteraf te vertellen dat het bedoeling is met dit podiumgebeuren de boer op te gaan. Tip aan culturele centra: rol de rode loper maar al uit voor dit spektakel.

Doordat ik veel te lang in het auditorium was blijven plakken, moest ik drie nochtans interessante workshops ‘afhaspelen’.
De workshop ‘handicap in de media’ door burgerrechtenorganisatie GRIP was duidelijk een schot in de roos: er zat bijzonder veel volk rond de tafel. Ik was juist op tijd om te genieten van een fragment uit het tv-journaal over de Special Olympics. Pascal Duquenne, niet enkel een begenadigd acteur maar ook een goed sporter, werd geïnterviewd nadat hij pas uit het zwembad kwam. Hij klonk zoals elke sporter die geïnterviewd wordt: buiten adem en triomfantelijk. Aansluitend werd een filmpje getoond waarin Karen, de rosse van K3, een blinde persoon interviewde. Het was een hartverwarmend gesprek waarin humor en optimisme steeds de bovenhand hadden. Beeldfragmenten die duidelijk als opwarmer bedoeld waren voor een debat rond de ronde tafel. Maar toen was ik al weer weg…

… naar de volgende workshop over ‘Handicap op de werkvloer’ van De Werkbank, een tewerkstellingsproject van JKVG. Hier leerde ik hoe een functieprofiel, een vast verschijnsel bij personeelsaanwerving, voor solliciterende personen met een arbeidshandicap de doodssteek kan betekenen. Zo’n functieprofiel omschrijft immers al te minutieus de details waaraan een sollicitant moet beantwoorden en tekent haarscherp de vakjes uit waarin de toekomstige werknemer moet passen. Aartsmoeilijk om in een dergelijk vakjessysteem redelijke aanpassingen ingeperst te krijgen.

De voorstelling van GiPSo bracht voor mij weinig nieuws, vermits de maatschappelijke zetel van deze hagelnieuwe vzw bij Inclusie Vlaanderen zetelt. Veel toelichting had ik dus niet nodig over GiPSo dat advies en coaching geeft aan ouders en netwerken die zelf woon- en dagbestedingsinitiatieven willen opstarten. Spreker Bies Henderickx vergeleek wat GiPSo doet met de werkwijze van commerciële firma’s. Een zakenman zal bijvoorbeeld een blok serviceflats bouwen en pas dan op zoek gaan naar geschikte bewoners, terwijl de GiPSo-projecten vertrekken vanuit de wensen van de toekomstige bewoners en pas dan aan het bouwen of verbouwen slaan.

Na de inwendige mens te hebben versterkt in de cafetaria repte ik me naar het auditorium voor de performance van de Nederlander Jan Troost met als intrigerend onderwerp: Aparticipatie. Al vlug werden twee zaken duidelijk:

1. Jan Troost herkende ik als de ludieke man in een rolstoel die, dan verkleed als bisschop, dan weer als generaal met een veel te grote kepie, en steeds voortgeduwd door een ludieke bedelmonnik, al een ganse voormiddag de wandelgangen onveilig maakte. Hoppend van de ene workshop naar de andere hoorde ik hem grappige actieliederen zingen.

2. Het begrip aparticipatie staat voor de overgang van apartheid naar participatie.

Aan de hand van dia’s gaf Jan Troost met zijn welluidende stem een ingrijpende lezing met veel oneliners, op sommige momenten leek het haast stand-up comedy. Hij had het over hoe hij als kind verbleef tussen de bossen en daar opgevoed werd door nonnen. Maar ook over zijn gezin, zijn engagement voor de rechten van personen met een handicap en zijn reizen had hij het. Vooral Amerika vond hij een ervaring: alles was er zo goed aangepast, zo zei hij letterlijk, dat het voelde alsof hij er geen handicap had.
Alle aanwezigen hingen aan zijn lippen en genoten. Jan Troost maakte zijn familienaam meer dan waar en gebruikte daar Kleenexjes van humor voor.

De workshop rond het VN-Verdrag, meer bepaald rond het slecht rapport dat België kreeg, gelukkig met herkansingsmogelijkheid, moest ik aan me laten voorbijgaan. Want ondertussen was ook de workshop ‘Handicap en seksualiteit’ door Aditi vzw van start gegaan. Alvorens binnen te gaan, klopte ik even aan, want met een workshop over seks weet je nooit. Maar iedereen zat netjes aangekleed naar een geprojecteerde doordenker te kijken: ‘Seks is niet het allerbelangrijkste wanneer je een beperking hebt’. Aan de aanwezigen werd gevraagd of ze al dan niet akkoord gingen met deze stelling. Bijna iedereen verklaarde zich niet akkoord, omdat andere levensbehoeften per slot belangrijker zijn. Iemand die honger of dorst lijdt, heeft andere zorgen dan een nummertje maken. Waarop de moderator vertelde dat men onlangs een onderzoek had gedaan naar de levensbehoeften van de mens: op de eerste plaats stond water, op de tweede plaats slaap, op de derde plaats seks en op de vierde plaats eten. Ik geef dit hier even mee, maar u hoeft zich geen zorgen te maken wanneer dit bij u anders is, het resultaat is individueel gebonden. Het verklaart ook waarom ik de voorkeur gaf aan deze workshop boven die over het VN-Verdrag: politiek beleid staat niet in de top-vier van menselijke behoeften, seks staat op drie. Wat ik vooral onthoud van deze workshop was de vertoning van een hilarische Spaanse reclamespot die ik hier niet ga beschrijven, want je moet hem gewoon zién. Weer werd bewezen dat humor een sterk werkmiddel is, dat men best nog meer zou gaan gebruiken in “de sector”.

In de perszaal was Dominiek Porreye in strak zwart pak en paars overhemd – Jani Kazaltzis zou hem tien op tien geven – zijn nieuwe boek en film aan het voorstellen. Zijn boek heeft als titel ‘Mijn gevecht voor vrijheid’, daar hoeft niet veel uitleg bij. Vrijheid is voor een persoon met een handicap nooit vanzelfsprekend, maar moet steeds opnieuw bevochten worden. Zijn film ‘Moord in het begijnhof’ is andere koek. Spanning troef in dit fictief moordverhaal. Erik Van Looy, eat your heart out!

Ondertussen had men het in het auditorium over ‘oude uitdagingen en nieuwe ambities’. Ik was net op tijd om Patrick Vandelanotte van GRIP, de vzw die dit item verzorgde, te horen zeggen dat de uitgenodigde beleidsmensen niet aanwezig waren en zelfs niet eens hun kat (in de vorm van een kabinetsmedewerker) hadden gestuurd, en dat hij dus maar als Chinese vrijwilliger het woord zou voeren. Hij deed dat zeer verstaanbaar in de twee betekenissen van het woord. Wat misschien minder het geval zou zijn geweest met een minister, want dan waren er niet alleen gebarentaaltolken nodig geweest, maar ook sociaaljargonvertalers en afkortingenverklaarders…

Gelijktijdig gaf Onze Nieuwe Toekomst uitleg over het Plan P, een creatieve manier om participatieproblemen aan te pakken. Handicap wordt immers pas een probleem bij interactie met de omgeving. Plan P staat voor een stappenplan om iets te veranderen aan die omgeving, waardoor het probleem wordt weggewerkt. Na de uiteenzetting konden de deelnemers aan de workshop in groep aan de slag om de P-kaartenset uit te testen.

Na al deze workshops was er tijd voor ontspanning en voor een apotheose. Daar zorgde Fried Ringoot voor, een stand-up comedian in een rolstoel (lees: een sit-down comedian). Of zoals op zijn programmaboekje staat: een ‘sitting stand-up roller coaster’. Wat het minste is wat van deze man kan gezegd worden. Dit is een entertainer in hart en nieren. Hij had de zaal onmiddellijk mee, het ene lachsalvo volgde op het andere. Maar tegelijk was hij heel to-the-point en ontzag hij niemand, ook zichzelf niet. Het was een humorshow maar tegelijk een ingrijpend relaas van zijn kankerverleden en de handicap die er het gevolg van was. Soms ging de storm van gelach plots liggen als hij aan het publiek uitlegde hoe ze zich tegenover mensen met kanker moeten gedragen. Dan kon je een muis horen lopen in de zaal. Een muis die daarna even vlot weer werd vertrappeld door olifanten van gelach wanneer hij weer op zijn roller coaster sprong. Gebarentaaltolken weten het: wanneer ze moeten tolken bij een comedyshow ontspringen ze de boot nooit. En ook Fried Ringoot vormde hier geen uitzondering: beide dames moesten het meermaals ontgelden.

Deze hilarische show betekende tevens het einde van deze Trefdag Handicap. Tijd voor een paar besluiten.
Het was verrassend dat de meeste bezoekers duidelijk kwamen voor de inhoudelijke workshops. De creatieve ateliers – in de voormiddag percussie en in de namiddag expressie – lokten bijna geen mensen. Ook het piepjonge volkje schitterde door afwezigheid, waardoor de voorziene kinderopvang niet hoefde door te gaan.

De zin ‘De afwezigen hadden ongelijk’ is een cliché zo hoog als de Brusselse Pensioentoren, maar is hier wel een passende slotzin. Ik moet eerlijk toegeven dat ik, toen ik die ochtend het Provinciehuis binnenging, moeite had om het bruisende Leuven vol terrasjes de rug toe te keren voor een dag vol - wat ik vreesde - oeverloos gezwets over handicap. Maar ik moet nederig toegeven: het werd een zeer aangename en interessante dag, die zo voorbijvloog. De rode draden van inclusie, gezelligheid en humor werden prima ineengevlochten. Wie er niet bij was, onthoudt best dat hij of zij een volgende editie best niet laat passeren.

Trouwens: na de Trefdag was er nog tijd en zon over voor een Leuvens terrasje.


Via deze link tref je tweemaal een ooggetuigenverslag vande TREFDAG:

- Verslag van Kathelijne De Brouwer met als rode draad inclusie vol spikkels van humor 
- Verslag van Tess Van Deynse, vrijwilligster GRIPvzw